Vergunningvrije dakkapellen
Een dakkapel geeft een ruimte licht en vergroot het bruikbare vloeroppervlak. Daarmee schept het mogelijkheden voor een extra kamer. Voor het plaatsen van een dakkapel kan sprake zijn van de technische bouwactiviteit en de omgevingsplanactiviteit met betrekking tot bouwwerken.
Bij bouwen maakt u onderscheid in een technisch deel van het bouwenen een ruimtelijk deel van het bouwen. Zowel het technisch deel als het ruimtelijk deel van het bouwen kan vergunningvrij, meldingsplichtig of vergunningplichtig zijn.
Vergunningvrij bouwen: technisch deel
Voor het technisch deel van het bouwen zijn er in het Besluit bouwwerken leefomgeving regels opgesteld die de technische bouwkwaliteit van een bouwwerk beschermen, zoals constructie-eisen. Ze zijn gericht op veiligheid, gezondheid, duurzaamheid en bruikbaarheid. Aan deze regels moet altijd voldaan worden, ook als voor het bouwen geen vergunning nodig is.
Het technisch deel van het bouwen kan dus vergunningvrij, meldingsplichtig of vergunningplichtig zijn. Het technisch deel van het bouwen wordt in de systematiek van de Omgevingswet de (technische) bouwactiviteit genoemd.
Vergunningvrij bouwen: ruimtelijk deel
Met de Omgevingswet wordt bouwen in een technisch en ruimtelijk deel gescheiden.
In het ruimtelijk deel van het bouwen wordt het bouwwerk getoetst aan de regels voor de fysieke leefomgeving. Voorbeelden zijn de bouwhoogte en het bebouwingspercentage. Er zijn ook regels over het uiterlijk van een bouwwerk (welstand) en de toegekende functies aan locaties.
De regels voor het ruimtelijk deel van het bouwen staan in het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan. Het ruimtelijk deel van het bouwen kan vergunningvrij, meldingsplichtig of vergunningplichtig zijn.
Het ruimtelijke deel van het bouwen wordt in de systematiek van de Omgevingswet een omgevingsplanactiviteit genoemd.
Zowel het technisch deel als het ruimtelijk deel van het bouwen kan vergunningvrij, meldingsplichtig of vergunningplichtig zijn.
Vergunningvrij voor het technisch deel
Het plaatsen van een dakkapel is altijd vergunningvrij voor het technische deel van het bouwen. Dit is ongeacht de afmetingen en locatie in het dakvlak waar de dakkapel wordt geplaatst. Dit geldt dus niet voor een dakopbouw. Dit staat in artikel 2.27, lid 2, onder a, Bbl.
dakopbouw
Onder een dakopbouw wordt onder andere verstaan een geheel nieuwe verdieping op een plat dak, het verhogen van de nok van een schuin dak of het doortrekken van een gevel. Dit begrip is niet gedefinieerd onder de Omgevingswet.
Vergunningvrij en illegaal bouwwerk of gebruik
Het vergunningvrij plaatsen van een dakkapel voor het technische deel van het bouwen is niet toegestaan als het bestaande bouwwerk gebouwd is of gebruikt wordt:
- zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning; of
- gereedmelding bij een meldingsplichtig bouwwerk (artikel 2.22 van het Bbl)
Bouwwerk moet altijd voldoen aan Besluit bouwwerken leefomgeving
Een bouwwerk moet altijd voldoen aan het Bbl (artikel 4.3 en 4.21 Omgevingswet). Of nu volgens een omgevingsvergunning, bouwmelding of vergunningvrij wordt gebouwd.
Vergunningvrij voor het ruimtelijk deel
Landelijke regels – Dakkapel in achterdakvlak of een niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak
Het plaatsen van een dakkapel in het achterdakvlak of een niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak is vergunningvrij voor het ruimtelijk deel van het bouwen. Hierbij moet u voldoen aan de volgende voorwaarden:
- voorzien van een plat dak
- gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m
- onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet.
- bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok, en
- zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak.
Dit staat in artikel 2.29, onder b Bbl.
Deze mogelijkheid voor het vergunningvrij plaatsen van dakkapellen gaat altijd voor op de lokale regels in het omgevingsplan.
Dakvoet
Laagste punt van een schuin dak (Bijlage I, Besluit bouwwerken leefomgeving).
Daknok:
Hoogste punt van een schuin dak (Bijlage I, Besluit bouwwerken leefomgeving).
Inperkingen vergunningvrij vanwege cultureel erfgoed
In de volgende situaties worden de mogelijkheden voor het vergunningvrij bouwen van dakkapellen vanwege cultureel erfgoed ingeperkt:
- De dakkapel wordt gebouwd aan, op of bij een (voorbeschermd) monument. Dat geldt voor zowel gemeentelijke, provinciale als Rijksmonumenten.
- Het dakvlak waarop de dakkapel wordt geplaatst is gelegen op een locatie waaraan in het omgevingsplan de functie-aanduiding ‘rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht’ is gegeven. Daarnaast is de dakkapel in het zijdakvlak of in het naar openbaar toegankelijk gekeerd achterdakvlak geplaatst.
In deze situaties is het bouwen van een dakkapel vergunningplichtig voor het ruimtelijk deel van het bouwen. Dit staat in artikel 2.30 Bbl.
Vergunningvrij en illegaal bouwwerk of gebruik
Vergunningvrij plaatsen van dakkapellen voor het ruimtelijk deel van het bouwen mag niet in, aan, op of bij een bouwwerk dat zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning gebouwd is of gebruikt wordt. Dit staat in artikel 2.22 Bbl.
Lokale regels – Dakkapel in voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak
De gemeente gaat over de bouwregels voor dakkapellen. De lokale regels zijn bij het in werking treden van de Omgevingswet in heel Nederland gelijk. Deze staan in het tijdelijke deel van het omgevingsplan. Na inwerkingtreding van de Omgevingswet kan een gemeente de vergunningvrije mogelijkheden in het omgevingsplan aanpassen.
Het plaatsen van een dakkapel in het voordakvlak of een naar openbaar toegankelijk gebied gekeerd zijdakvlak is vergunningvrij voor het ruimtelijk deel van het bouwen. Hierbij moet worden voldaan aan de regels van het (tijdelijk deel van het) omgevingsplan, te weten:
- het plaatsen van de dakkapel is in overeenstemming met de ruimtelijke regels uit bestaande instrumenten van de gemeente (onder andere het omgevingsplan)
- het plaatsen van de dakkapel in overeenstemming is met de onderstaande ruimtelijke regels uit de bruidsschat (artikel 22.27, sub c, bruidsschat):
- gelegen in een gebied dat of een bouwwerk dat in het tijdelijke deel van het omgevingsplan is aangewezen als gebied of bouwwerk waarvoor geen redelijke eisen van welstand van toepassing zijn
- voorzien van een plat dak
- gemeten vanaf de voet van de dakkapel niet hoger dan 1,75 m
- onderzijde meer dan 0,5 m en minder dan 1 m boven de dakvoet.
- bovenzijde meer dan 0,5 m onder de daknok, en
- zijkanten meer dan 0,5 m van de zijkanten van het dakvlak.
Inperkingen vergunningvrij en cultureel erfgoed
In de volgende situaties worden de mogelijkheden voor het vergunningvrij bouwen van dakkapellen vanwege cultureel erfgoed ingeperkt:
- De dakkapel wordt gebouwd aan, op of bij een (voorbeschermd) monument. Dat geldt voor zowel gemeentelijke, provinciale als Rijksmonumenten.
- Het dakvlak waarop de dakkapel wordt geplaatst is gelegen op een locatie waaraan in het omgevingsplan de functie-aanduiding ‘rijksbeschermd stads- en dorpsgezicht’ is gegeven en de dakkapel in het zijdakvlak of in het naar openbaar toegankelijk gekeerd achterdakvlak wordt geplaatst.
In deze situaties is het bouwen van een dakkapel vergunningplichtig voor het ruimtelijk deel van het bouwen. Dit staat in artikel 22.28 bruidsschat.
Alleen als voldaan wordt aan alle genoemde voorwaarden mag u de dakkapel zonder omgevingsvergunning plaatsen. Deze voorwaarden gelden ook als u zonder omgevingsvergunning iets wilt veranderen aan een dakkapel.
Vergunningvrij en illegaal bouwwerk of gebruik
Vergunningvrij plaatsen van dakkapellen voor het ruimtelijk deel van het bouwen mag niet in, aan, op of bij een bouwwerk dat zonder de daarvoor vereiste omgevingsvergunning gebouwd is of gebruikt wordt. Dit staat in artikel 22.23, lid 1, bruidsschat.
Welstandsexcessen
Bij een welstandsexces is er ernstige strijd met redelijke eisen van welstand. Dus buitensporigheden in het uiterlijk, die ook voor niet-deskundigen duidelijk zijn. Eventuele welstandsexcessen bij vergunningvrij bouwen kunnen via het repressief welstandstoezicht worden aangepakt.
Burgerlijk Wetboek
In het Burgerlijk Wetboek staan regels die gelden voor buren onderling. De regels van burenrecht hebben vaak te maken met het voorkomen van hinder (artikelen 5:37 t/m 5:69 Burgerlijk Wetboek). Het is toegestaan dat buren onderling iets anders overeenkomen.
Het burenrecht omvat ook bouwregels. Binnen 2 m van de gezamenlijke zijerfgrens zijn vensters of andere muuropeningen, balkons of soortgelijke werken niet toegestaan. Dit geldt alleen als deze uitzicht bieden op het erf van de buren. Lichtopeningen mogen worden gemaakt, mits voorzien van vaststaande en niet-doorkijkbare vensters. Bijvoorbeeld matglas.
Bron: Iplo